Vruchtbare jaren in Papoea

Zeven jaren werken in Papua (West Papoea of Irian Jaya), het vroegere Nederlands Nieuw Guinea, laat sporen na. Dat heeft de theoloog-historicus-antropoloog-socioloog-politicoloog en predikant dr. At Ipenburg (58) ondervonden. Het waren letterlijk tropenjaren, maar ze gaven enorm veel voldoening. Hij is van het land gaan houden, maar vooral van de mensen. Ook het werken aan de theologische universiteit in de hoofdstad Jayapura heeft hij met veel plezier gedaan. Het waren van 1995 tot 2002 zeven vette jaren en lachend zegt hij dan ook: “Ik voel me inmiddels half Papoea en half Nederlander. Het was een fijne tijd.” Maar deze remonstrantse predikant heeft ook een kritische boodschap voor de Nederlandse vrijzinnigheid. Het blijft bij hem niet bij het leveren van kritiek, maar hij wil ook rol spelen in een veranderingsproces, dat hard nodig is.

 Voordat At Ipenburg naar Irian Jaya vertrok had hij al ervaring opgedaan in Zambia als politicoloog. Bovendien studeerde hij in Pretoria (Zuid Afrika) theologie en in Londen geschiedenis. En toen hij al die hierboven genoemde studies had afgerond werd hij toegelaten tot het remonstrants seminarie om predikant te worden. Ook was hij van 1986 tot 1995 verbonden aan het (inmiddels opgeheven) Vrijzinnig Protestants Centrum, een koepel voor de vier bloedgroepen: Doopsgezinden, Vrijzinnige geloofsgemeenschap NPB, Remonstrantse Broederschap en de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden. Daar coördineerde hij verschillende projecten, ontwikkelingssamenwerkring, Zuid Afrika, kerk en milieu en publiciteit. “Het was interessant en uitdagend werk, waar ik een grote vrijheid had om het werk in te vullen. Ik was in dienst van de kerken, maar de overheid betaalde mij.”

 At Ipenburg woont nu weer in zijn oude omgeving, in Amersfoort. Hij beklimt af en toe de kansel her en der in ons land om zijn predikantenbestaan ook weer inhoud te geven. Vaak wordt hem dan gevraagd om over zijn ervaringen te preken en te praten. Dat doet hij met plezier, want daardoor ziet hij ook kans om zijn boodschap over meer openheid bij de vrijzinnige geloofsgemeenschappen en het opbouwen van een nieuwe visie op de identiteit uit te dragen. Want een toekomst ziet hij wel degelijk, maar dan zal er toch meer aandacht moeten worden gegeven aan de nieuwe media, zoals internet. Tot die conclusie is hij gekomen door zijn werk in West Papoea, waar een levende kerk worstelt om haar bestaan tegenover een vijandige overheid en groeiend moslimfundamentalisme te rechtvaardigen. Daarom is een heldere boodschap nodig. Hij houdt het niet alleen bij kritiek, maar wil ook meewerken. Ook wil hij wel, steunend op zijn ervaringen, een functie vervullen in de multiculturele sector, of bezig zijn in het jongerenwerk.

 “Ik ben rijker uit West Papoea teruggekomen. Ik heb daar heel veel geleerd. Het is een moeilijke situatie voor de Papoea’s. Na het aftreden van Soeharto leek er meer vrijheid te komen, er kwam een zekere autonomie voor het gebied, maar dat lijkt nu weer af te kalven. De kerk staat daar middenin de samenleving. Ze is heel spiritueel, maar ook heel betrokken bij de maatschappelijke situaties. Ze is heel praktisch gericht, geen grote en mooie woorden, maar actief bezig zijn. De kerk is er betrokken bij het bewustwordingsproces en de drang naar vrijheid. En dus ook de predikanten, die worden gevormd aan de theologische universiteit. Ik gaf daar ethica, sociologie, antropologie, godsdienstsociologie en filosofie. Dat deed ik niet droog en afstandelijk, daar moet je niet mee aankomen. Je moet een probleem opgeven, daar op laten reageren en vervolgens het probleem helder op papier laten zetten. Een zekere geestelijke bagage is nodig, dus theorie, zodat ik een nieuwe manier van doceren heb opgebouwd. Geen moeilijke boeken, maar heel praktisch gericht: waarmee zijn de mensen in de gemeenten bezig. Geen ivoren-toren-werk, ook geen monoloog, maar luisteren en kijken. Dat was heel verrijkend.”

 De kerk in West Papoea is de hele week actief, zoals de kerk bij ons in de 17e eeuw, aldus Ipenburg. De kerk is bij ons in de afgelopen 50 jaar gemarginaliseerd, maar dat is daar niet het geval. De christenen zijn in Indonesië een minderheid en daarom zoekt men elkaar op en worden er veel activiteiten georganiseerd. Er wordt intens met de bijbelse metaforen geleefd, er is een intensief kerkelijk leven. Men is daar met andere zaken bezig dan in Nederland. Het begrip “vrijzinnigheid” bestaat daar niet. “De Papoe’s zijn heel bijbelvast, maar hebben een andere cultuur dan wij. Ze zijn eerst Papoea en dan pas christen, en in die zin dus “vrijzinnig”. Ze maken daar geen probleem van. Je moet bij ons in vrijzinnige kring eens zeggen, dat de EO het goed doet, of dat het Reformatorisch Dagblad een goede krant is. Dat kun je gewoon niet zeggen, maar in West Papoea is het heel gewoon om buiten de eigen kring te kijken,” zegt At Ipenburg.  Hij is inmiddels al weer even terug geweest om enkele gastcolleges te geven in Jayapura en eind van dit jaar gaat hij waarschijnlijk weer naar West Papoea om er gastcolleges te geven. “Ik kom dan weer een beetje thuis.”

 Democratie op Irian (Papoea) moet er komen, er is geen andere keus, aldus Ipenburg. Het land zal op den duur zelfstandig worden of meer autonomie krijgen. “Daar kunnen de machthebbers in Indonesië niet omheen. Er zijn allerlei ontwikkelingen gaande, die je nog niet ziet, maar die op den duur doorbreken. Ook Indonesië moet rekening houden met verdergaande mondialisering, een overgang naar kenniseconomie en met een wereld zonder grenzen. De wereld wordt in toenemende mate afhankelijk van elkaar. En daarom ben ik ook optimistisch over de kerk in West Papoea, misschien wel tegen de feiten in.”

 At Ipenburg draait, zoals hij dat noemt, al 17 jaar mee in de vrijzinnigheid. Toen hij terugkwam uit West Papoea zag hij dat het dalend ledental van de kerken niet was gestopt. Ook het proces van terugdringing van de kerken naar de rand van de samenleving gaat gestaag door. Allerlei acties, die in de afgelopen jaren zijn gevoerd, hebben maar minimaal resultaat gehad. Hij bepleit dan ook het gebruik van nieuwe media om de mensen te bereiken, bijvoorbeeld internet. Dat is open voor iedereen en het is goedkoop. “Daar moet je je visie, je boodschap overbrengen. Dan kun je ook je traditionele vrijzinnige boodschap nog kwijt. Iedereen zit ‘s avonds achter de computer te internetten, dus daar heb je de kans om de mensen te ontmoeten en kun je het wezen van het geloof brengen.” Maar het kan nog beter en mooier: bouw je cyberkathedraal of je cyberklooster. Daar kun je de mensen bereiken, die de kerken hebben verlaten, zegt hij.  In gewone kerkdiensten kunnen de nieuwe media worden toegepast en modernere muziek laten horen en dan ben je, volgens Ipenburg, bezig om de mensen in een eigentijdse taal de boodschap te brengen. “Ook de vrijzinnigheid moet haar identiteit ter discussie durven stellen. Ze moet een offer brengen door zich open te stellen, zoals bij de EO, waar geloof en boodschap worden losgemaakt van de instituties. Helaas zijn het Vrijzinnig Protestants Centrum en de Centrale Commissie verdwenen. Gelukkig is er nog wel het Nicolette Bruining Fonds, dat bezig is met internet. Op die manier kun je namelijk communiceren, los van de instituties. Dat fonds heeft bewust gekozen om niet te werken met de vier landelijke besturen, maar wel met de vier geloofsgemeenschappen. Dit is nou een voorbeeld van hoe het moet. Ik denk wel, dat er een toekomst is voor vrijzinnige ideeën, maar dan moeten wel de deuren en ramen wijd worden opengezet. In Amsterdam en Den Haag worden kerken al opengezet voor bezinningsbijeenkomsten, maar er is meer nodig.”

 “Kijk, ik begrijp ook wel, dat een bedreigde kerk, zoals in West Papoea, de mensen meer bindt. In Nederland moeten we ook nog eens in het reine zien te komen met de moord op Pim Fortuyn. De maatschappij is daardoor geschokt. De kerken zouden een leidende rol moeten spelen in dat veranderingsproces en zeker de vrijzinnigheid zou dat kunnen. In onze snel veranderende samenleving moeten nieuwe visies worden opgebouwd om de eigen identiteit te bevestigen. Ook de grote onzin, die hier wordt verteld over de islam, leidt tot vijandschap. Ook daar moeten Nederland en de kerken uit zien te komen. En dan is er echt weer toekomst voor de kerken.”

Peter Geitenbeek