Het Programma van Jezus

De gelezen passage uit het evangelie volgens Lucas is een rede in het veld. Jezus geeft hier misschien wel de kortste samenvatting van het evangelie en van de Bijbel. Het is het begin van Jezus’ optreden als het hele land rondtrekkende rabbi, samen met zijn 12 leerlingen. Hij geeft hier Zijn programma.

De wereld is niet zoals God die wil. Dat is het eerste wat ik dacht toen ik de beelden zag van de lange colonnes optrekkende tanks, die de Oekraïne binnen reden. Na hoeveel onschuldige gewonde en gedode slachtoffers aan beide zijden zal dit conflict beëindigd worden? We staan er machteloos bij. We weten dat het anders moet en ook anders kan. Dit is toch niet hoe de mens is? Waar is gerechtigheid?

In de tijd waarin Jezus leefde, het Palestina van de eerste eeuw was het eigenlijk niet anders. Het volk Israël zuchtte onder een wrede Romeinse bezetting. Elke vorm van protest werd bloedig en wreed onderdrukt.

1.

Jezus is een berg opgegaan en heeft daar een hele nacht lang in gebed doorgebracht. Het bidden van Jezus is een stil zijn voor God. Hij stelt zich open voor Gods wil met hem. Hij was hier door zeker geworden van Zijn roeping. Hij hoorde een stem die hem toeriep: “De Geest van de Eeuwige rust op jou. Hij heeft jou gezonden om een Jaar van Genade van God aan te kondigen.” Het zijn de woorden van de profeet Jesaja. Het Rijk van God is aangebroken.Daarna heeft Jezus daar zijn twaalf leerlingen, zijn nauwste kring, uitgekozen en in hun ambt bevestigd. Met deze boodschap gaat Jezus samen met zijn leerlingen de berg af. Dit is de boodschap: vernieuwing van de wereld gaat van binnenuit, vanuit de harten van de mensen. Het kwaad wordt verslagen door het tegendeel te doen, namelijk door je tegenstanders liefde te betuigen, door het goede te doen, door hen te zegenen en voor hen te bidden.
Aan de voet van de berg troffen ze een grote menigte aan van mensen. Ze waren naar Jezus gekomen om zijn woorden te horen en Hem om genezing te vragen.

2

Wat is de werkelijkheid van God in onze wereld? God is de God van de armen, van de treurenden, van degenen die buitengesloten worden. De hoogste norm is niet de Wet, in de ruimste zin van het woord, niet de wet van Mozes, de Torah, de mondelinge overlevering, of de door mensen gemaakt wetten en regels. Het gaat om de wil van God. Dàt is het Rijk van God, een wereld van mensen die de wil van God doen. Dat is waar we voor bidden in het Onze Vader met het gebed: “U wil geschiede zoals in de hemel, zo ook op de aarde.”

Het is te gemakkelijk om de wil van God gelijk te stellen aan wat men ziet als de Wet, een samenstel van regels en voorschriften die gezaghebbend zijn. Het Oude Testament telt 613 voorschriften voor dingen die je wel en niet mag doen. De rooms-katholieke Codex heeft mar liefst 2.414 canones, met geboden en verboden. De wil van God gaat echter veel verder en ligt niet in het precies volgen van regels. Alles wat je denkt, doet en suggereert wat kan leiden tot een slechte daad of een benadeling van je medemens is tegen de wil van God. Je hoeft geen meineed te plegen en toch door een verkeerde voorstelling van zaken iemand bedriegen. Door roddel en kwaadsprekerij, die onschuldig lijken, kun je een medemens grote schade toebrengen. Hij of zij is dan zijn of haar goede naam voorgoed kwijt. Jezus roept op tot gehoorzaamheid aan God. Dat omvat je hele leven, wat je leeft met hen die je lief zijn.

Wanneer je uitgaat van regels waaraan mensen zich moeten houden dan kun je misschien minpunten compenseren door extra goede daden te verrichten. Jezus heeft fundamentele kritiek op deze benadering van de Bijbel en van God. Jezus kijkt door de regels heen naar wat er achter zit. Dat is de wil van God voor de mens. Je staat als mens niet voor de wet van God, maar tegenover God zelf, die misschien van jou met jouw kwaliteiten, ervaring en kennis iets heel specifieks van je vraagt.

Jezus spreekt niet heel ingewikkeld over de Wet, zoals die te vinden is in het Oude Testament. Hij legt die uit door het geven van voorbeelden, door korte levendige verhalen, te vertellen uit het gewone dagelijkse leven van die tijd. Het is voor iedereen te begrijpen. De mens heeft een eigen verantwoordelijkheid. Het gaat om het tonen van barmhartigheid aan een mens in nood. Daar passen geen regels bij. Jezus stelt ons niet de priester en de leviet ten voorbeeld, alhoewel die ongetwijfeld strict volgens de regels van de Wet leven, maar de Samaritaan die vanuit zijn hart een medemens in nood helpt. Hij is het die barmhartigheid heeft getoond en dat is de kern waar het omgaat. Jezus zelf gaf het voorbeeld door verschillende malen mensen op de sabbat te genezen. Hij zei niet kom morgen maar terug. Hij hielp direct.

De rede van Jezus in het veld is niet een nieuwe vorm van misschien nog radicaler wetgeving. Het is geen optelsom van geboden en verboden of ook geen samenvatting ervan. Aan het begin van de veldrede staan de zaligsprekingen. Je wordt niet zalig genoemd omdat je je strict aan bepaalde voorschriften of regels hebt gehouden. Nee, je krijgt het zomaar cadeau. Het is genade. Een geschenk. Dan pas volgt de instructie. Het heil word je aangeboden zonder dat je voorafgaand eraan er een tegenprestatie voor hebt moeten verrichten. Bij de regels die Jezus geeft na de zaligsprekingen gaat het daarbij ook niet om buitengewone heroïsche daden zoals het weggeven van al je bezit of het opofferen van je leven. Het gaat om alledaagse daden van liefde. Dat is de kern van de rede in het veld. Opdat Gods wil geschiede. Gods wil niet alleen je daden, maar ook je innerlijk, je hart en je wil. Hij wil niet alleen goede vruchten, maar ook een goede boom. De zaligsprekingen gaan om vreugde en blijdschap en hoop. Je mag je als christen dankbaar en gelukkig voelen omdat je de schat in de akker hebt gevonden en de parel van grote waarde. Jezus stelt ons het kind voor als de ideale gelovige, omdat het weet dat het hulpeloos en klein is en omdat het altijd bereid is om zich te laten helpen, dus te ontvangen, en zich vol vertrouwen en vol blijdschap overgeeft aan zijn ouders, waarvan het zeker weet dat ze van hem houden.

Tot wie richt Jezus zich in zijn rede in het veld? De mensen zijn van ver gekomen. Ze zijn gekomen met hun noden, hun verlangens naar een uitkomst in hun leven. Ze zijn gekomen met hun verdriet en hun ziekten. Wat Jezus in zijn gebed in de nacht op de berg van God ontvangen heeft geeft hij nu door aan de menigte die naar hem luistert. Het eerste wat ze horen is: “Jullie horen erbij. Aan jullie is het Rijk van God. Zalig zijn jullie die arm zijn, jullie die treuren om een verlies, jullie die honger hebben en jullie die vervolgd worden.” Zij die niets hadden, de buitenstaanders, de onaanzienlijken hebben hoop gekregen en een toekomst. Dan volgen de “wee u” uitspraken over de rijken, degenen die verzadigd zijn, de lachenden, degenen over wie met lof gesproken wordt. Het zijn degenen, die niet naar Jezus gekomen zijn, omdat ze denken dat ze hem niet nodig hebben. Ze zijn tevreden met hun lot en met zichzelf. Je moet het lezen als een eenheid, het zijn niet de armen, de hongerenden, de treurende, maar ze zijn het allemaal tegelijk als een groep van buitenstanders. Zo staat het ook in de profetie van Jesaja, die nu vervuld wordt: “De Geest van de Eeuwige rust op mij. Hij heeft me gezonden … om de armen het blijde nieuws te brengen, om de mensen met een gebroken hart het hart te helen, om aan gevangenen hun bevrijding aan te kondigen, om alle treurenden te troosten, om hen een kroon te geven en vreugdeolie en een kleed van roem.” (Jesaja 61,1,2).

Dit is het programma van Jezus. Wat moeten we doen? De mens moet zich vernieuwen van binnenuit door het volgende te doen:
(1) Bemin je vijanden,
(2) Doe goed aan hen die je haten,
(3) Zegen hen die jou vervloeken,
(4) Bidt voor hen die jou belasteren.
En: Oordeel niet en veroordeel niet, spreek je medemens vrij.
Dit alles levert totaal nieuwe verhoudingen op met je medemens.

De zaligsprekingen staan helemaal aan het begin van het evangelie volgens Lucas. Het is het programma van Jezus in acht punten samengevat. Al die punten werkte Jezus later uit in gelijkenisssen en ook in zijn concrete handelingen en de genezingen.

Jezus zelf was die arme, die vervolgde en de dienstknecht van de Heer. “De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plek om zijn hoofd neer te leggen.” (Mt 8, 20) Voorafgaand aan het Laatste Avondmaal toonde Hij dit ook door de voeten van zijn leerlingen te wassen, het werk van een slaaf.

Wanneer je dat doet, het kwade overwinnen door het goede te doen dan ben je als iemand die zijn huis op een rots heeft gebouwd, Je staat stevig in het leven en in de wereld. Het zijn de levenslessen om gelukkig te worden, om huilen om te zetten in lachen, en droefheid in blijdschap.

Een wereld zoals God die wil ligt in de handen van hen die het programma van Jezus volgen en die het opnemen voor hun medemens in nood.

AMEN

RSS
Follow by Email
FACEBOOK
TWITTER
INSTAGRAM