Jullie wegen zijn niet mijn wegen, zegt de Heer

Het is alweer twee weken geleden dat we kerstfeest vierde in deze kerk en in miljoenen andere kerken over de hele wereld. En vrijwel overal waren de kerken vol tot overvol. Ook werd er kerstfeest gevierd in kazernes, in supermarkten, op internationale vliegvelden, in cafés, restaurants en zelfs in casino’s. In de kerk bereidden we ons de vier zondagen van de advent voor op de komst van het Kerstkind. Nu, op deze zondag, keren we terug van de droom van kerstmis naar de gewone werkelijkheid van onze zondagse vieringen.
Toch is er ook vandaag wat te vieren. We vieren het doopfeest van Jezus. Ineens maken we een grote sprong in de tijd. Het lieve, kleine baby’tje, liggend in een kribbe in een stal in de stad Bethlehem, is een man geworden van 30. Hij heeft het besluit genomen om van zijn woonplaats Nazareth naar Johannes te gaan, de bekende boeteprediker, die zich ophoudt in de wildernis bij een doorwaadbare plaats in de Jordaan. Deze keer zijn er geen engelenkoren, geen herdertjes die bij nachte liggen, geen koningen die uit het oosten komen en die hun gaven van mirre, wierook en goud aan de voeten van het Kerstkind leggen. Ook zijn er geen arrensleeën die met rinkelende belletjes door de sneeuw glijden.

In de oudste kerk dit feest het grote feest. Kerstmis was onbekend. Het is pas veel later in de westerse kerk ingevoerd. In de Oosterse kerk viert men nog steeds heel uitgebreid het doopfeest van de Heer. Men noemt het Epifanie, de verschijning van de Heer. Epifanie betekent: de verschijning of openbaring van Jezus als Messias. In de oudheid werd hetzelfde woord gebruikt om de troonsbestijging van vorsten, die als god werden vereerd te vieren. De doop, en niet de geboorte, is het echte begin van de missie van Jezus.

Marcus
Dit is niet het evangelie van Marcus, maar het evangelie volgens Marcus. Hij schrijft er boven: ‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God.”Het is het oudste en het soberste evangelie van de vier die we hebben. Marcus geeft geen geboorteverhaal. De laatste woorden van het evangelie zijn over de vrouwen bij het lege graf op de paasmorgen; “Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.” Dat wil Marcus blijkbaar corrigeren en hij heeft de tijd genomen om de essentie van de boodschap, de goede boodschap, het evangelie van Jezus op te schrijven. Men denkt dat hij dit rond het jaar 60 geschreven heeft, dus vrij kort nadat het gebeurd is. Het is een sober evangelie, omdat hij veel als bekend verondersteld.

Marcus probeert aan te tonen dat wat er gebeurde in Palestina betreffende Jezus van Nazareth een continuïteit is met de woorden van de profeten, die ze honderden jaren daarvoor verkondigden. Van Jesaja, de koning der profeten naar Johannes de Doper is maar een stap. Er is geen inleiding, geen uitleg, geen geboorteverhaal van Johannes en ook niets over de familierelatie tussen Jezus, Maria en Johannes. Marcus beschrijft Johannes in zijn uiterlijke verschijning als een profeet zoals Elia, met een ruwe mantel van kameelhaar en een leren gordel. Hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Zo’n life-style is die van een man van God, een protest tegen de gevestigde orde, tot wie hij zich richtte met een oproep tot bekering. Dit is een enorm succes. Er staat: “Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden.” De doop van Johannes is een doop van inkeer, van bekering en van vergeving van zonden. Dit was iets nieuws. De doop is wel bekend in het joodse geloof, maar deze is uitsluitend bestemd voor niet-joden die tot het joodse geloof willen overgaan. Joden, als kinderen van Abraham, zouden een dergelijke reiniging niet nodig hebben.

Johannes is, zo zegt hij van zichzelf, niet de Messias, niet Elia en ook geen profeet. Hij kondigt zich aan als een eenvoudige heraut, een bode. Hij kondigt de komst aan van iemand die groter is als hij. Hij is zelfs niet waardig om de riemen van de sandalen van die persoon los te maken. Voor het losmaken van de sandalen moet je voor iemand op je knieën. Dit werd gezien als een opperste vernedering. Dit kon men alleen aan de huisslaven vragen, maar zelfs niet aan hen wanneer die joods waren. Jezus gaat zelf wel op zijn knieën voor zijn leerlingen om hen de voeten et wassen voorafgaand aan het Laatste Avondmaal, en roept hen op hetzelfde te doen tegenover de minste van onze broeders en zusters.
Johannes de Doper kreeg een eigen aanhang van leerlingen, die ook na zijn terechtstelling door Koning Herodes zijn leer bleven verspreiden. De beweging van de leerlingen van Johannes en die van Jezus hebben een tijdlang naast elkaar bestaan.
Wat doet Johannes? Hij is wegbereider. Profeten zoals Jesaja spraken erover dat God eens direct zou ingrijpen in onze geschiedenis om het kwaad een halt toe te roepen, zodat de stampende laars in de woorden van Amos niet meer dreunt en de met bloed bevlekte soldatenmantel zal verbrand worden. Er zullen geen onschuldige slachtoffers meer vallen. Geen Auschwitz meer en geen Srbenica. Geen Rwanda en geen Darfur. Gerechtigheid zal stromen als een bergbeek. God gaat zich bekommeren om zijn volk. Er komt een nieuw en eeuwigdurend verbond. Jesaja zegt, namens God; (Jesaja 55:3): “Ik sluit met je een eeuwigdurend verbond.”David zal een vorst zijn en heerser over naties. Zo spreekt de Heer, volgens Jesaja (55: 5)
“Ook jij zult een volk ontbieden
Dat je nog niet kenden,
En een volk dat jou nog niet kenden
Zal zich haasten om bij je te zijn.”

Naast Israël zullen andere volken zich tot de God van Israël keren – zoals wij dat doen nu in deze kerk, en miljoenen christenen over de hele wereld met ons.
Voor Johannes moet, wil dit gebeuren, ook het volk van Israël zich bewust worden van zijn zonde en zich bekeren en door de doop zich voor te bereiden op de komst van de Messias.

De joden van de eerste eeuw van onze jaartelling verwachtten een concreet koninkrijk, een herstel van de dynastie van koning David, toen Israël zich uitstrekte van Egypte tot de rivier de Eufraat. Maar zo spreekt God, door de profeet Jesaja: (55: 6).
“Mijn plannen zijn niet jullie plannen
En jullie wegen zijn niet mijn wegen
Want zo hoog als de hemel is boven de aarde,
Zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,
En mijn plannen jullie plannen.”

Jezus, dat is zeker, leefde uit de Torah en de profeten. Steeds verwijst hij bij alles wat hij doet aan de profeten van Mozes tot Maleachi. En hij zegt: “Dit is gebeurd omdat vervuld moest worden wat de profeten zeiden…” En dan blijkt het dat er en omkering is van waarden. De koning wordt een knecht, die zich als een slaaf hurkt voor zijn leerlingen om hen de voeten te wassen. Er is geen koning in onze zin van het woord. Geen Alexander de Grote, geen Caesar, geen Hadrianus, geen Napoleon. Er is een eenvoudige dorpstimmerman, die vanuit zijn timmerwerkplaats zich begeeft naar de rivier de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Vervolgens verkondigt hij de komst van het koninkrijk van God, wat de consequenties ook zijn voor hem persoonlijk. En hij laat in zijn leven en werken dat koninkrijk al zien.

De doop van Jezus.
Waarom laat Jezus zich dopen? Heft hij behoefte om zijn zonde te belijden en zich te bekeren? De doop is een toegang tot een nieuw leven. Het is een opnieuw geboren worden. Nu, met deze doop, aanvaardt Jezus zijn opdracht. Jezus stelt zich met de doop op aan de kant van het volk. Hij is een met het volk. Zijn doop is ook een erkenning van Johannes als profeet.
Johannes doopt Jezus en toen Jezus uit het water kwam zag hij de hemel openscheuren en de geest als een duif op Jezus neerdalen. Dan volgt een stem uit de hemel:
“Jij bent mijn geliefde Zoon,
In jou vind ik vreugde.”
Ook hier weer is er de continuïteit met het Eerste Testament. God spreekt volgens Jesaja (42: 1):
“Hier is mijn dienaar
Hem zal ik steunen,
Hij is mijn uitverkorene,
In hem vind ik vreugde,
Ik heb hem met mijn geest vervuld…”

Dit is in de context van een beschrijving van de lijdende knecht van de Heer. De stem uit de hemel, na de doop van Jezus, verwijst ook naar Psalm 2: 7 waar God spreekt door de psalmdichter:
“Jij bent mijn zoon. Ik heb je vandaag verwekt. En “Vraag het mij en ik geef je de volken in bezit.” Dit is een verwijzing naar de Messiaanse koning, de zoon van David.
De geest daalt op Jezus neer zoals een duif, niet per se in de vorm van een duif. De duif is een symbool van argeloosheid en oprechtheid. Het verwijst ook naar de duif als teken van hoop toen de duif in de ark van Noach, na de zondvloed terug kwam met een olijftak in zijn bek.

De doop
De meeste van ons hier in de kerk, zijn, mag ik aannemen, gedoopt. Wat betekent dat? Maakt het verschil? Wat gebeurt er met je als je gedoopt wordt? Ik denk dat de doop een teken is dat we als mensen niet bij brood alleen leven. Er is een andere werkelijkheid, die misschien nog belangrijker is als de gewone werkelijkheid. Er is God en hij is trouw. Je gaat na de doop verder met God in je leven. We krijgen met de doop de belofte dat God van ons houdt als een Vader en Moeder van zijn of haar kinderen.

We zoeken naar warmte, geluk, erkenning, liefde. Het lijkt allemaal vaak onbereikbaar. Steeds zijn er weer struikelblokken in onszelf of in anderen. Hoe ga je om met conflicten, met oneerlijkheid en onrechtvaardigheid, met ruzie, met achterklap. Ben je altijd bereid om te werken aan verzoening, aan het slaan van bruggen, aan het anderen vergeven wat ze jou aandoen en aan anderen vergeving vragen om wat jij hen aandoet?

Op weg van kerstmis naar Pasen komen vandaag de volgende vragen op ons af.
Wat is de betekenis van de doop van Jezus in de Jordaan?
Wie is Jezus?
Wie is Jezus voor mij?
Wat is zijn boodschap?
Hoe praktisch is die?
Wat is mijn missie in mijn leven?
Wat betekent mijn doop voor mij in mijn leven en de doop van mijn kinderen voor hen en voor mij?
Gods gedachten zijn niet onze gedachten en Gods plannen zijn niet onze plannen. Met de kerk van alle eeuwen hopen we en geloven we in een werkelijkheid die zich in Jezus geopenbaard heeft, een werkelijkheid van hoop, geloof en verzoening, die zich baan breekt in onze werkelijkheid – als een weg door de woestijn, als een pad door de wildernis.

Leave a Reply

Your email address will not be published.