En Jezus zag haar en riep haar

Vandaag is het Werelddiakonaatszondag. We vragen aandacht voor de nood van onze medechristenen en anderen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Kerkinactie vraagt speciaal aandacht voor de vrouwen en kinderen  in Noord-Oeganda. Het is denk ik goed om in een kerkdienst stil te staan bij de nood in de wereld.

Oeganda is 6 x zo groot als Nederland en heeft 25 miljoen inwoners. In het noorden, grenzend aan de Soedan, woedt al 20 jaar een wrede burgeroorlog. Het leger noemt zich the Lord’s Resistance Army, Gods Verzetsleger. Er zijn veel slachtoffers. Het LRA bedient zich van kindsoldaten. Er zijn naar schatting zo’n 20.000 kindsoldaten me geweld in het leger ingelijfd. Ze krijgen drugs zodat ze meer gehoorzaam worden. Meer dan 200.000 mensen hebben moeten vluchten naar de steden of naar speciale, versterkte, vluchtelingenkampen. Deze worden ook aangevallen omdat daar door hulporganisaties voedsel en andere noodzakelijke levensbehoeften worden verstrekt. Moeders raken hun kind kwijt, wat gekidnapt wordt door het LRA. Vrouwen worden ook regelmatig slachtoffer van seksueel geweld. Naast de burgeroorlog maakt ook AIDS veel slachtoffers. Bijna 1 miljoen mensen kwamen de afgelopen 15 jaar om in Oeganda. Er zijn naar schatting half miljoen mensen besmet met het HIV virus.

In veel landen in Afrika is het hetzelfde trieste verhaal. Een pater die met verlof terug is uit Zambia vertelde me dat wanneer hij een rouwdienst leidt op een kerkhof dat er ineens veel mensen met een kist met een dierbare overledene bij hem komen staan en hem vragen om een zegen. Hij heeft daar moeite mee omdat hij er niet steeds zeker van is of hij de naam goed heeft die hij op een papiertje krijgt aangereikt, of dat hij de naam bij de goede kist zegt. De mensen hebben geen geld voor een kerkdienst en alles wat daarbij hoort. In het ziekenhuis gebeurt het vaak dat familie en vrienden waken bij een terminaal zieke patiënt. Wanneer hij of zij overleden is maken ze zich snel uit de voeten. Er is zelfs geen geld voor een begrafenis. Het ziekenhuis moet dan de overledene, samen met andere,  begraven in een massagraf. Dit is een enorm contrast met de tijd dat wij in Zambia woonden in de jaren 70 en 80. Voor de dood had men veel ontzag en kosten noch moeite werden gespaard voor een goede begrafenis, waar iedereen bij aanwezig hoorde te zijn. Men trakteerde de aanwezigen op bier en maïspap. Er was een nachtwake met kerkkoren die de hele nacht bleven zingen. Het meest populaire radioprogramma was dat met de aankondigingen van overlijden, omlijst met treurmuziek. We kunnen ons dit soort situaties eigenlijk moeilijk voorstellen. Nu horen we dat wel en het is ook waar. Maar het is niet de hele waarheid. Voor de media geldt meestal: “Goed nieuws is geen nieuws.” In Afrika is er ook de vitaliteit en levenskunst, de openheid voor de magie van het leven zelf en van de natuur, de hechte familierelaties, het optimisme, de onderlinge hulp en vooral ook de kracht van het geloof. Terwijl hier de komende jaren veel kerken op de nominatie staan om te worden gesloten wegens gebrek aan belangstelling, bouwt men daar nieuwe kerken. Er zijn veel intredingen bij ordes. Deze zijn congregaties en ook de verschillende protestantse kerken zijn vaak heel actief waar het de ergste nood betreft in de gezondheidszorg, de zorg voor de Aids slachtoffers en hun nabestaanden,  in het onderwijs en de zorg voor meisjes en vrouwen.

Ieder die wel eens een Afrikaans kerkdienst heeft bijgewoond zal dat niet snel vergeten. Het is een groot feest waar je je geen moment verveelt, zelfs al ken je niet de taal. Het ene koor na het andere staat op en begint te zingen. De koorleden hebben vaak mooie toga’s of een uniform aan. Dan zie je de vrouwenvereniging van de kerk in hun mooie rode blouses en zwarte rok en met hun witte hoofddoek. Die vrouwen vormen de ruggengraat van het kerkelijke diaconale en pastorale werk. Ze bezoeken de zieken en weten waar nood is en geven dan direct hulp. Het mooie van de dienst is dat als de kerkgangers vinden dat de dominee te lang preekt ze spontaan een lied mogen inzetten. De dominee probeert nog even zijn zin af te maken, maar dat heeft weinig zin. Na het lied gaat de dominee gewoon verder met de preek. Meestal duurt zo’n dienst een uur of 2. Het zijn werelden van verschil: de wereld van de nood in Afrika, onze eigen vertrouwde wereld in Nederland en de wereld van de bijbel met de ons zo bekende verhalen.   De verhalen van de bijbel zijn ons vaak zo bekend dat ze niet meer spreken met de boodschap die oorspronkelijk bedoeld is.

De vrouw in de synagoge die helemaal krom was.
De evangelist Lucas vertelt ons over een vrouw die helemaal krom gegroeid was en daar al 18 jaar aan leed. Het is het verhaal van een slachtoffer dat bevrijdt wordt. Dit vindt plaats in een synagoge en op de sabbat. Er is een duidelijke regel dat je op de sabbat niet mag werken: “Houdt de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar d e zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de Heer, uw God; da\n mag u niet werken … De Heer heeft de sabbat gezegend en heilig gemaakt.” (Exodus 20: 8-11). Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Maar hoe interpreteer je dit gebod? Hoe ga je met dit soort categorisch uitspraken om?

Stel dat het Gods eerste zorg niet is dat we hem gehoorzamen, maar dat we ons verantwoordelijk voelen voor onze medemens, die in nood is, en dat we ons verantwoordelijk voelen voor heel Gods wonderbare schepping? Alle geboden, regels, wetten en de bijbel zelf zijn dan ondergeschikt aan dat doel: de liefde voor onze medemens, die een kind is van God, en die zorg en barmhartigheid nodig heeft. Wanneer we het niet zo zien, dan veranderen de middelen, de regels en wetten in een doel op zich. Dan krijg je het dilemma: kies je ervoor om direct de hulp te geven die nodig is òf kies je voor de regels die tussen jou en het slachtoffer instaan? Je verschuilt je achter regels om geen hulp te hoeven geven.

Het gaat in het evangelie om de mens en om Gods schepping gaat. Dat heeft betekenis voor ons beeld van God. Wie zijn het die we in deze wereld het meeste hoogachten? Het zijn de rijken, de machtigen, de geleerden, de prinsen en prinsessen, de staatshoofden,  de bekende schrijvers, de kunstenaars, de tv iconen en de filmsterren? Zo was vroeger ons beeld van God. Hij was dat alles en nog veel meer. Hij is almachtig, eeuwig, onmetelijk, oneindig, onuitsprekelijk, verheven boven alles, alomtegenwoordig. Dit is waar, maar daarmee is toch niet alles gezegd.

Jezus geeft ons in het evangelie een ander beeld van God. God is soms de heer die op een rechtvaardige manier met zijn dienaren omgaat, die ze het loon geeft, en meer, waar ze recht op hebben, die ze verantwoordelijkheid geeft voor de talenten die hij hen heeft toevertrouwd, die ongehoorzame dienaren nog een tweede en derde kans geeft. Hij is goed en gastvrij, als in het verhaal van de maaltijd. Maar Jezus beeldt ook zonder schroom God af als een vrouw die haar rokken opschort en niet rust voordat ze de penning die ze kwijt was gevonden heeft. En als ze de penning dan eindelijk vindt, roept ze al haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen om hen deelgenoot te maken van haar blijdschap over het verlorene wat ze terugvond. God is ook de vader die elke dag weer naar de weg gaat om uit te kijken of zijn zoon die weggelopen is weer terugkomt. En wanneer de zoon dan schuldbewust en met gebogen hoofd naar het ouderlijk huis terugkomt dan geeft de vader een groot feest voor zijn hele huishouden, want wie verloren was is teruggekomen. Bij deze modellen voor God staat niet de eer en de koninklijke waardigheid op de eerste plaats, maar de liefde en zorg voor wat verloren is, voor hen die lijden, voor hen die gebonden zijn en uitzien naar bevrijding.

Jezus leert in de synagoge. Leren en doen zijn een. Er staat niet vermeld wat Jezus leerde, maar alleen wat hij deed! Blijkbaar is dat de les. Jezus ziet de vrouw staan. Waarschijnlijk heeft iedereen die vrouw met haar opvallende verschijning wel gezien. Maar ons kijken is toch een beetje wegkijken. Jezus kijkt haar aan en roept haar bij zich. Vervolgens bevrijdt Jezus haar. Hij legt zijn handen op haar en geneest haar. Dan looft en dankt de vrouw, die nu geheel rechtop staat, God. De les van Jezus is, denk ik, niet om je niet aan de regels te houden voor de sabbatsrust. Het verhaal besluit met een vrouw die de God prijst voor haar bevrijding en een menigte mensen in de synagoge, die zich verheugt over de machtige daden die Jezus doet. Wat zien we? We zien mensen die in de synagoge bidden en God danken, ze loven en prijzen Hem en ze zijn verheugd! Wat is er meer passend om te doen op de sabbat?

Wanneer de overste van de synagoge probeert de orde te herstellen en de aanwezigen aanmaant om te wachten tot het eind van de sabbat om Jezus om genezing te vragen, reageert Jezus heel fel hierop. “Huichelaars, hypocrieten” zegt hij. Hij richt zich niet alleen tot de overste van de synagoge, omdat er sprake is van een meervoudsvorm. Jezus verwijt de mensen een dubbele agenda. Wanneer het om het eigen belang gaat dan gooien we het op een akkoordje en zijn  we mild. Natuurlijk zijn we breid om onze eigen os en ezel op de sabbat losmaken om hen naar water om te drinken te brengen. Maar als het om een vrouw gaat die 18 jaar lang gebonden is dan komen ineens de regels ter sprake waarbij de genezing uitgesteld moet worden. Jezus zegt: Hier is meer dan een os of een ezel. Dit is een vrouw, een mens, niet een object van zorg, maar een “dochter van Abraham.” Eerder gaf Jezus de tollenaar Zaccheüs al de status van zoon van Abraham. (Lukas 19: 9).

Jezus schaft niet de wet af, maar geeft deze juist nieuwe inhoud en betekenis. Het gaat om onze houding ten opzichte van God en van de bijbel. Is het niet zo dat we vroeger meenden toch beter te zijn dan de anderen wanneer we ons strikt aan de zondagsrust hielden, wanneer de vrouwen met gedekte hoofden naar de kerkdienst gingen. Maar de kern van de wet  is: “Gij zult God liefhebben met heel je hart, heel je ziel en heel je verstand.” En dat wordt zichtbaar hoe we leven en wat we doen en nalaten.

Hoe ver zijn de vrouwen van Noord Oeganda van ons vandaan? Hoe kunnen we iets laten blijken van onze steun en solidariteit?  Hoe kunnen we hen echt zien en hen roepen, ondanks alle regels en wetten die tussen ons en hen instaan?

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.