De Weg, de Waarheid en het Leven

Wees niet bang

We houden ervan op dingen van verschillende kanten te bekijken. We leggen ons niet graag vast. Het is moeilijk om een standpunt in te nemen omdat er zoveel kanten aan een zaak zitten. We willen graag reizen, in een andere omgeving zijn, nieuwe ideeën opdoen, om nieuwe energie op te doen. We horen vandaag de uitspraak van Jezus: “Ik ben de weg. Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Het klinkt erg exclusief en niet meer echt van deze tijd.  

Het speelt zich allemaal af in de Bovenzaal waar Jezus met zijn leerlingen het Laatste Avondmaal heeft gevierd. Judas heeft zojuist de zaal verlaten en is het duister van de nacht ingegaan om zijn meester te verraden. Jezus spreekt nu heel direct en geeft de leerlingen troost uit zorg wanneer ze mogelijk al hun geloof kwijt raken wanneer ze de volgende dag al hun meester, die ze lief hebben en die ze zo hoog achten, aan het kruis de dood van een slaaf en opstandeling zien sterven. Zal dat het definitieve einde zijn de Jezusbeweging?

Het is de avond van zijn arrestatie, die leidde tot zijn voorgeleiding voor de Hoge Raad, het Sanhedrin, de Romeinse prefect Pontius Pilatus, Herodes Antipas en zijn kruisiging en dood. Maar Jezus denkt nu in de eerste plaats aan zijn leerlingen. Hij troost ze en praat ze moed in. “Wees niet bang.” … Laat jullie hart 1 niet geschokt worden! Jezus legt uit wat er gaat gebeuren en waarom dat goed is, ook voor de leerlingen. Hij gaat in op de belangrijkste geestelijke vragen van de mensheid. Heeft het leven zin? Is er leven na de dood? Waar gaan we naar toe? Hoe weten we de weg, wanneer we niet weten waar we heen gaan? Wie en waar is God? Kunnen we God zien en zijn bestaan bewijzen?

Het zijn vragen van 2000 jaar geleden, maar ze zijn ook nu in het tweede decennium van de 21ste eeuw nog steeds aan de orde. Een van de grootste geleerden van onze tijd Richard Hawkins concludeerde onlangs in een interview dat de omvang van het heelal zo onvoorstelbaar groot is dat daar geen plaats is voor God. Vanuit onze huidige kennis van de natuurwetenschappen, die redelijk volledig lijkt is op geen enkel punt in de ontwikkeling van ons helaal vanaf de Big Bang, de oerknal, de ontwikkeling van het heelal, de sterrenstelsels, ons zonnestelsel, onze prachtige aarde, het leven op aarde, tot het ontstaan en de ontwikkeling van de mens een ingrijpen van God nodig. Hawkins zegt tevens dat hij gelooft dat de dood het einde is, dat het dan afgelopen is met de mens.

Veel mensen in Nederland denken er hetzelfde over. God is voor hen overbodig. Als je al in iets gelooft dan moet je toch vooral in jezelf geloven. Geloof is iets van de oude tijd, de tijd van hun ouders en grootouders.

Jezus spreekt over “de weg.” Hij zal heengaan, maar zijn heengaan dat is om de leerlingen een plaats voor te bereiden. Het is een heengaan naar de Vader in wiens huis veel woningen zijn. Er is plaats voor velen! Het is een vertrouwde plaats, een veilige haven, het zal zijn als een thuiskomen. Jezus belooft dat hij zal terugkomen om zijn leerlingen te halen. “Jullie weten de weg naar de plaats waar ik heen ga,” zegt Jezus. Filippus reageert met: “We weten niet waar u heen gaat. Hoe kunnen we dan de weg erheen weten?” Jezus zegt dat hijzelf de weg is. Jezus is in de Vader en de Vader is in Jezus. Als je dat gelooft, zegt Jezus, dan ben je gered. Maar als dat te moeilijk voor je is geloof dan in wat Jezus doet. Dat is concreet: Jezus vergeeft zondaars, maakt blinden ziende, laat lammen weer lopen, hij reinigt melaatsen, gaat naar tollenaars toe, eet met hen en brengt hen weer terug bij het volk. Jezus geeft eten aan hen die honger hebben en hij wijst nooit iemand af die tot hem komt voor hulp. Kortom hij geeft nieuwe leven ana mensen die om wat voor reden ook uitgestoten zijn en veracht.

Door Jezus komt God ons nabij. Hij is als een Vader, vertrouwd en liefdevol. Als we zeggen: Jezus is de weg dan is dat niet een wapen in onze handen tegen andersgelovigen of niet-gelovigen, tegen moslims en hindoes. Wij zijn zelf, in de naam van Jezus, de weg voor die mensen die op ons levenspad komen en die onze hulp, steun en liefde nodig hebben. Alleen zo kunnen we laten zien dat we mensen van de weg zijn.

Bestaat God? Jezus zegt: “Wie mij gezien heeft, heeft de vader gezien!
Ik ben in de vader en de vader is in mij.ʺ

Het is een geheimzinnige taal, een totaal andere taal dan de concrete taal van wetenschappers die beweren dat a = a, dat als het werkt het waar is en die een absoluut vertrouwen hebben in zichzelf en hun wetenschappelijke methode en logica.

De Vader is in Jezus en Jezus in de Vader. Jezus probeert ons hier niet het dogma van de Heilige Drie-eenheid uit te leggen. Hij legt uit wie God is. We hoeven dus niet naar een plaats voor God te zoeken in het bijna eindeloos grote, donkere en koude heelal. God is even dichtbij als toen die avond toen Jezus tegen zijn leerlingen hierover sprak. Een rabbijn kreeg eens de vraag: “Waar is God?”Hij antwoordde: “Daar waar men hem toelaat.” God is daar waar mannen en vrouwen hun hart en ziel openstellen voor God.

De vraag waar God is wordt vaak gesteld bij natuurrampen. Onlangs nog vroeg men aan de bekende Amerikaanse Rabbijn Harold Kushner waar God was toen de tsunami en aardbeving velen doodden in Japan. Kushner is bekend van zijn boek “Als ‘t kwaad goede mensen treft.” Hij schreef het naar aanleiding van de dood van zijn zoon Aaron, die aan een zeldzame erfelijke ziekte leed. Kushner zegt dat God er niet was in de aardbeving en tsunami. Natuurrampen zijn daden van de natuur, geen daden van God.

God wil het goede voor goede mensen. De natuur daarentegen is blind. Het treft zonder aanzien van de persoon. Waar is God in Japan? Hij is aanwezig in de moed van mensen die nu met hun leven verdergaan, de draad weer oppakken. Hij is in de veerkracht van mensen van wie alles wat voor hen van waarde was vernietigd is. God is aanwezig in de goedgeefsheid waarmee wereldwijd hulp werd geboden door mensen ver weg, die totale vreemdelingen zijn van de slachtoffers. Hoe konden die mensen dat allemaal doen, wanneer God niet aanwezig was in hun levens om zo een tegenwicht te bieden aan de vernietigende kracht van deze natuurramp?

De God van Jezus, die hij zijn vader noemt, is niet de God van de natuurrampen, niet de God van de wetenschappers. Het is de God van de medemenselijkheid, van het oog en hart hebben voor de ander, voor de vreemdeling, de weduwe en wees. Het is de God, die liefde is, zoals Jezus dat was.

Jezus zendt na Pasen zijn leerlingen de wereld in. Ze worden zijn apostelen. Zo zijn wij ook gezonden. Petrus zegt ons dat wij, zoals we hier bijeen zijn, de hoofdrol spelen. “Maar jullie!” zegt Petrus, zijn

Een uitverkoren geslacht!
Een koninklijk priesterschap,
een heilige natie,
een verworven eigendom!
Verkondigt de grote daden van Hem
die jullie uit de duisternis geroepen heeft
tot het wonder van zijn licht.

10   Jullie, eens geen volk
nú volk van God:
ooit zonder ontferming,
nú in ontferming.”

Wij geloven dat er plaats is in dit heelal,op deze aarde, in dit land en in deze gemeente voor God, voor medemenselijkheid, voor liefde.

Er zijn dreigingen van ziekte en tegenslagen. Jezus zegt: Wees niet bang of bezorgd.

Misschien is uw baan bedreigd. Jezus zegt: “Wees niet bang.”

U hoort slecht nieuws van uw huisarts. “Wees niet bang.”

Het gaat Jezus aan de vooravond van zijn lijden en sterven niet om een afscheid voorgoed. Het gaat hem om zorg, om liefde en troost. Dit gaat verder dan de dood.

Vertrouwen op Jezus, die zegt: Ik ben de Weg. Ik ga naar het huis van mijn Vader om voor jullie een plaats te bereiden. Er zijn veel woningen.

Laten we die weg gaan.

AMEN